Ontwikkelingen in het financieel kader

Inleiding

In de Perspectiefnota 2017-2020 is aangegeven dat, hoewel Arnhem voor forse opgaven staat, voor het eerst sinds de crisis het financiële beeld zich wat positiever lijkt te ontwikkelen dan voorgaande jaren. Met name de prognose voor het gemeentefonds en de nieuwe verdeling van de budgetten voor Beschermd Wonen hadden een positief effect op het financieel beeld. In de brief "Voorbereiding MJPB 2017-2020: een tussenstand" d.d. 28 juni 2016 is aangegeven dat de financiële ruimte nog verder is toegenomen. In het raadsdebat hierover is dit verder toegelicht.

Uit de doorrekening van de meicirculaire valt op te maken dat de uitkering gemeentefonds verder groeit. Daarnaast biedt de aanhoudende daling van de rente veel financiële ruimte. Terwijl in onze begroting rekening is gehouden met een rentestijging, is de afgelopen jaren de rente op onze leningenportefeuille gestaag gedaald. Een deel van dit voordeel ter grootte van enkele miljoenen is al sinds 2012 structureel in de begroting opgenomen. Hier bovenop is bij de jaarrekening 2015 een rentevoordeel van € 6 miljoen behaald. Uit doorrekeningen is voor deze begroting duidelijk geworden dat zelfs met een pessimistisch scenario van rentestijging, een structureel lagere rentelast in de begroting kan worden opgenomen. In dit pessimistisch scenario wordt er van uitgegaan dat de komende begrotingsjaren de effectieve rente op de totale Arnhemse leningenportefeuille ineens stijgt met twee procentpunten. In dit scenario wordt ten opzichte van de huidige begroting een voordelig treasuryresultaat behaald van € 10 miljoen in 2017 aflopend naar € 7,8 miljoen in 2020. Natuurlijk moet de renteontwikkeling wel steeds nauwlettend in de gaten worden gehouden, dit, omdat een toekomstige rentestijging vooral voor de langere termijn forse nadelen met zich mee zal brengen.

De financiële ruimte maakt het mogelijk de in de vorige begroting ingezette nieuwe manier van werken in de stad en in de gemeentelijke organisatie, zonder druk van weer nieuwe bezuinigingen, verder vorm te geven. Het betekent helaas niet dat alle in de afgelopen jaren genomen bezuinigingsmaatregelen kunnen worden geschrapt.
Hieraan wordt in de komende periode invulling gegeven.
De financiële ruimte heeft er wel toe geleid dat er mogelijkheden ontstaan om taakstellingen die voor het eerst in 2017 gerealiseerd moeten worden te heroverwegen. Het biedt bovendien ruimte om uitvoering te kunnen blijven geven aan de in het coalitieakkoord voorgestelde maatregelen, zoals het maximaal met de inflatie (CBS consumentenprijsindex) verhogen van de belastingen. In deze begroting stijgen de belastingen dan ook slechts met 0,5%, minder dan de consumentenprijsindex die 0,6 % bedraagt. In de brief over de tussenstand van de voorbereiding MJPB 2017-2020 is ingezet op het heroverwegen van vooral de oorspronkelijke taakstelling van €10 miljoen, te bereiken met Van Wijken Weten.

Mede op basis van het in juli hierover gevoerde debat en in lijn met de aangenomen motie hierover "Neem de tijd voor van wijken weten" wordt voorgesteld om deze omvangrijke en op korte termijn moeilijk te realiseren taakstelling van € 10 miljoen te schrappen. De bestaande taakstelling van €1,5 miljoen uit het coalitieakkoord moet echter nog wel worden gerealiseerd. De taakstelling bestaat uit een €0,5 miljoen efficiencykorting op Rijnstad en €1 miljoen op het budget opbouwwerk.

Het subsidiebudget voor het product opbouwwerk wordt geleidelijk afgebouwd. Met de komst van de teams Leefomgeving wordt verwacht dat de vraag naar Opbouwwerk zal veranderen. De teams zullen zelf taken overnemen en daarbij steeds beter weten wat in de wijken speelt en welk aanbod in de wijk nodig en gewenst is. De teams Leefomgeving hebben met ingang van 2018 de mogelijkheid om in samenspraak met inwoners voorstellen te doen voor de inkoop van producten. Wanneer gekozen wordt om het product opbouwwerk in te kopen, zal financiering moeten worden gevonden binnen het totale budget van de betreffende wijk.

Vanaf begin oktober 2016 zijn er in heel Arnhem wijkteams leefomgeving actief. Conform uw motie "Neem de tijd voor implementatie Van Wijken Weten" wordt het jaar 2017 de start om samen met inwoners de eerste ervaringen op te doen met de nieuwe manier van sturing. Daarbij staan de doelen, zoals gesteld in de wijkprogramma's in deze begroting, voorop. In datzelfde jaar zal er bekeken worden welke middelen binnen de wijkbegroting bijdragen aan het realiseren van de opgaven in de wijk en welke niet. Het is de stellige verwachting dat binnen de wijkbegrotingen middelen kunnen vrijvallen door schrappen van activiteiten die voor de wijk van weinig toegevoegde waarde zijn of door het (deels) anders organiseren van activiteiten met meer ondersteuning vanuit de wijk zelf. Het college stelt u voor dat deze vrijkomende middelen in principe opnieuw in de wijk zelf tot besteding gebracht kunnen worden om de gestelde wijkdoelen eerder of beter te kunnen halen. Het schrappen van de (stedelijke) taakstelling maakt dit nu ook mogelijk.

Wij zullen daarom de wijkteams vragen zo spoedig mogelijk te starten met de voorbereiding van de wijkbegroting voor 2018. Door in de wijken op hoofdlijnen deze discussie te voeren, kan de resultante daarvan meegenomen worden in de perspectiefnota die in mei 2017 in uw raad behandeld zal worden. Tijdens de perspectiefnota kan uw raad aangeven, mede op basis van deze input en die van het college, welke generieke en wijkoverstijgende doelstellingen (publieke waarden) u van bijzonder belang acht.
Om recht te doen aan de verschillende rollen doen college en raad in dat debat geen wijkspecifieke uitspraken. Vervolgens kunnen de wijkteams in de maanden juni tot en met september deze hoofdlijnen van beleid (generiek vanuit de raad en meer specifiek vanuit de wijk) samenbrengen tot concrete wijkdoelen, die - net als in deze begroting - uiteindelijk formeel aan uw raad worden voorgelegd. Het is de verwachting van het college dat er in 2017 ten behoeve van de voorbereiding van de begroting 2018 een eerste beeld zal zijn welke verschuivingen wenselijk en mogelijk zijn. Deze kunnen dan ook worden verwerkt binnen de wijkbegrotingen. Daarmee nemen de wijkteams in lijn met uw motie de tijd om een en ander zorgvuldig te implementeren.

Bij het heroverwegen om taakstellingen geheel of gedeeltelijk te schrappen of anders in te vullen is er niet alleen gekeken naar de ruimte binnen de begroting, maar zeker ook naar de robuustheid van de financiële positie. Hierbij is gekeken naar de netto schuldquote , de solvabiliteit  en het weerstandsvermogen dat nodig is om risico's op te vangen. De financiële ruimte in de begroting en het reduceren van de taakstellingen hebben in ieder geval een positief effect op het risicoprofiel. In tegenstelling tot de afgelopen jaren beschikt Arnhem bij een zekerheidspercentage van 90 % over voldoende vermogen (zie ook paragraaf weerstandsvermogen). Uit de stresstest in deze begroting, maar ook uit de uitkomsten van het onderzoek naar onze financiële positie, waarvan de resultaten in de een raadsvoorstel recentelijk zijn of worden aangeboden, blijkt dat onze balansposities daarentegen broos zijn. De netto schuldquote is in Arnhem hoog. Een ratio van 100% wordt door de VNG als bovengrens gesteld. Voor het begrotingsjaar wordt daar nog aan voldaan, maar in meerjarenperspectief wordt deze grens overschreden. De financiering van het hoge investeringsniveau 2018 is daar de voornaamste reden van. Ook de ontwikkeling van de solvabiliteitsratio is negatief. Als gevolg van de vrijval bestemmingsreserves en de toename van de schuldpositie daalt de solvabiliteit aanzienlijk. Een echte norm is niet te geven, maar de daling van 14% (Jaarrekening 2015) naar iets meer dan 9% vraagt wel om de nodige aandacht.

In lijn met de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek naar de financiële positie wordt voor een betere financiële soliditeit voorgesteld om de vermogenspositie te gaan versterken, door:
•   het vast stellen van een weerstandsfactor met een bandbreedte tussen de 1 en 1,3
•   het toevoegen van een positief treasuryresultaat aan de bestemmingsreserve kapitaallasten;
•   het stellen van een bovengrens van de schuldquote van 100%.

Er is een verband tussen de solvabiliteit en de netto schuldquote. Indien de schuldquote daalt zal dat een positief effect hebben op de solvabiliteit. Daarbij komt dat de aanscherping van de weerstandsfactor positief van invloed is op de algemene reserve (die onderdeel uitmaakt van het eigen vermogen

In de paragraaf weerstandsvermogen wordt dit nader toegelicht. De financiële spelregels worden in raadsvoorstel "Onderzoek naar de Financiële positie" ter besluitvorming aan u voorgelegd. De financiële positie is kwetsbaar en het is van belang te streven naar een robuuste begroting waarbij tegenvallers het hoofd geboden kunnen worden. Er is dan ook bewust voor gekozen om de positieve eindsaldi van de begroting in 2017, 2018 en 2019 toe te voegen aan de AR en niet in te zetten voor nieuw beleid, ondanks dat dit volgens de spelregels is toegestaan.

Reëel sluitende begroting

Naast een reëel sluitende begroting, dient de (meerjaren)begroting ook structureel sluitend te zijn. Dit is het geval wanneer de structurele lasten in de begroting voor 2017 volledig worden gedekt door structurele baten of aannemelijk is gemaakt dat dit structurele evenwicht in de meerjarenbegroting (uiterlijk 2020) weer tot stand wordt gebracht.

Uit onderstaande samengevatte staat van incidentele lasten en baten (zie ook de totale staat van incidentele lasten en baten 6.2) blijkt dat alleen in 2017 de incidentele baten hoger zijn dan de incidentele lasten, hetgeen betekent dat structurele uitgaven met incidentele baten worden gedekt. Vanaf 2018 zijn de incidentele baten lager dan de incidentele lasten. Dit houdt in dat alle structurele lasten en zelfs een deel van de incidentele lasten met structurele baten worden gedekt.

Totaaloverzicht incidentele lasten en baten

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Totaal incidentele lasten

-58.393

-41.543

-30.545

-29.764

Totaal incidentele baten

61.641

38.012

27.042

25.386

Per saldo hogere (+) of lagere (-) incidentele baten

3.248

-3.531

-3.503

-4.378

In de volgende tabel is samengevat weergegeven hoe de meerjarenprogramma begroting (MJPB) 2017 - 2020 zich ontwikkelt ten opzichte van de vorige begroting. In de navolgende paragrafen worden de betreffende posten met uitzondering van de uitgangspositie verder uitgewerkt en toegelicht.
Ontwikkeling financieel beeld MJPB 2017-2020:

Financieel beeld 2017-2020

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Uitgangspositie MJPB 2016-2019

0

0

0

0

Budgettaire effecten rijksbeleid

10.328

13.259

11.610

11.332

Knelpunten en oplossingen

-4.803

-2.660

148

-94

Jaarlijkse bijstelling en bedrijfsvoering

3.566

2.727

1.585

823

Taakstellingen

-7.425

-13.138

-12.983

-12.132

Subtotaal MJPB 2017-2020

1.666

188

359

-71

Toevoeging- of onttrekkingen+ aan de AR

-1.666

-188

-359

71

Totaal MJPB 2017-2020

0

0

0

0

Gemeentefonds

In deze MJPB is de prognose van het gemeentefonds verwerkt, zoals volgt uit de doorrekening van de meicirculaire 2016. Ten opzichte van de berekening in de Perspectiefnota (op basis van de september- en decembercirculaire 2015) is een aantal ontwikkelingen te signaleren. Meer informatie is opgenomen in het reguliere programma R9 Financiën en bedrijfsvoering.
De provincie beoordeelt de begroting op reëel en structureel evenwicht en dat er - voor wat betreft de algemene uitkering uit het Gemeentefonds - tenminste uitgegaan moet worden van de meicirculaire (2016) en de daarin opgenomen uitkeringsfactoren. Op 31 mei 2016 is de meicirculaire 2016 verschenen. De meicirculaire geeft een vertaling van de Voorjaarsnota van het Rijk.
In de eerste plaats laten de accressen (jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds) een wisselend beeld zien: in 2017 neemt het accres toe, in 2018 en 2019 valt het accres licht lager uit en in 2020 neemt het weer wat toe. De wijzigingen in het accres kennen een structureel karakter.
De verwachte prijsontwikkeling bbp (bruto binnenlands product) wordt in de meicirculaire 2016 vanaf 2018 fors hoger (circa drie keer zo hoog) ingeschat dan in de vorige circulaire. Om die reden vindt een neerwaartse bijstelling plaats van de algemene uitkering in deze jaren (ten opzichte van de Perspectiefnota) om deze prijsontwikkeling op te kunnen vangen. Geraamd wordt in constante prijzen.

Integratie-uitkering sociaal domein

Vanaf 2015 zijn in de vorm van een integratie-uitkering (IU Sociaal Domein) de decentralisaties (Jeugdzorg, Participatie, Wmo 2015) opgenomen in het gemeentefonds. Voor het jaar 2016 is de IU Sociaal domein verhoogd met loon- en prijsbijstelling. Dit werkt structureel door in de jaren daarna. Met ingang van 2016 zijn de objectieve verdeelmodellen voor de Wmo2015 en de Jeugdzorg van toepassing. Daarnaast zijn er diverse mutaties in het macrobudget ten aanzien van de regeling woonplaatsbeginsel, de ouderbijdrage, orthocommunicatieve behandeling autisme, kapitaallasten gesloten jeugdhulp, uitname huishoudelijke verzorging voor Wlz-cliënten met een mpt (modulair pakket thuis) per 2017 en PGB-trekkingsrechten.

Ten aanzien van Beschermd Wonen geldt vanaf 2016 een nieuw historisch verdeelmodel. Voorlopig is afgesproken om in ieder geval ook voor 2017 het historische model te hanteren. In de door het ministerie van BZK bij de meicirculaire afgegeven onderbouwingen van de onderdelen van de IU Sociaal Domein, wordt het budget voor Beschermd Wonen voor Arnhem ook na 2017 op basis van het historisch verdeelmodel berekend. Om die reden nemen we dit ook in ons beeld structureel mee zoals ook bij de Perspectiefnota gedaan.

Voor Arnhem betekenen alle mutaties op de IU Sociaal Domein een structurele verhoging van de middelen, voor het grootste deel veroorzaakt door de stijging op Beschermd Wonen. In de voorgaande begroting zijn het tekort op Beschermd Wonen en de overige mutaties op de IU Sociaal Domein met de algemene middelen verrekend, in deze MJPB wordt dezelfde lijn gevolgd.
De begrote meerjarige lasten op de beleidsvelden Jeugd, Wmo en Participatie zijn gebaseerd op de meicirculaire 2014, maar zouden op basis van de huidige inzichten voldoende moeten zijn om de werkelijke lasten in de komende jaren te dekken. In de komende periode zal de transformatie op Beschermd Wonen zijn beslag gaan krijgen; vanuit Beschermd Wonen zal een stap gemaakt worden naar vormen van begeleid wonen. Aangezien dit lagere kosten met zich meebrengt, zouden de lasten op Beschermd Wonen in de komende jaren zelfs moeten dalen. Aangezien er op dit beleidsveld enerzijds echter sprake is van een lang overgangsrecht (5 jaar) en anderzijds nog niet alle benodigde informatie en aantallen volledig beschikbaar zijn, is het momenteel te vroeg om hierop in de begroting vooruit te lopen.

Herverdeling op het cluster Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing (VHROSV)

Op het cluster Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing (VHROSV) is de laatste herverdeling afgerond, waarbij overeengekomen is om de herverdeling voor in totaal 2/3 deel door te voeren. Het nadeel van ruim € 800.000 in 2020 dat hierdoor voor Arnhem ontstaat, is verwerkt in het meerjarenbeeld.

Uitwerkingsbesluit Verhoogde Asielinstroom

In het Uitwerkingsbesluit Verhoogde Asielinstroom is overeengekomen dat gemeenten middelen ontvangen vanwege de extra kosten voor vergunninghouders op de gebieden werk en integratie, onderwijs en zorg. Een deel van de middelen betreft het partieel effect op het gemeentefonds van de extra rijksuitgaven aan eerstejaars opvang (het trap-op effect). In de uitwerking is besloten het partieel effect toe te voegen aan een nieuwe decentralisatie-uitkering, waarna gemeenten een bedrag per een in die gemeente geplaatste vergunninghouder ontvangen. Het afromen van het partieel accres door daling van de uitkeringsfactor is de bijdrage die alle gemeenten betalen om de verhoogde asielstroom te bekostigen. De algemene uitkering wordt in 2016 en 2017 dus verlaagd (voor Arnhem circa € 5 ton respectievelijk € 1,9 miljoen) en deze middelen worden overgeheveld naar een decentralisatie-uitkering. Deze uitkering is echter bij de meicirculaire nog niet ontvangen; dit zal pas bij de septembercirculaire gebeuren.

In de bijlage Mutaties gemeentefonds worden de wijzigingen van het Gemeentefonds als gevolg van taakmutaties en nieuwe of gewijzigde decentralisatie- en integratie-uitkeringen toegelicht. Per mutatie is aangegeven in hoeverre deze met de verschillende beleidsvelden worden verrekend.

In de volgende tabel wordt een overzicht gepresenteerd over de ontwikkeling van het gemeentefonds op basis van de meicirculaire.

Gemeentefonds

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Ontwikkeling gemeentefonds obv meicirculaire 2016

7.177

10.257

8.937

8.692

Nieuw verdeelmodel beschermd wonen

3.500

3.500

3.500

3.500

Herverdeeleffecten VHROSV

-349

-498

-827

-859

Totaal gemeentefonds en overige rijksontwikkelingen

10.328

13.259

11.610

11.332

Knelpunten en oplossingen

In de Perspectiefnota is al ingezoomd op knelpunten in de beleidsvelden en in de bedrijfsvoering die nog opgelost moeten worden. Voor de MJPB is naast de in de perspectiefnota onderkende knelpunten nog een aantal nieuwe knelpunten onderkend. In onderstaande tabel wordt een totaaloverzicht van de knelpunten en oplossingen gepresenteerd.

Knelpunten en oplossingen

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Extra budget rekenkamer (PN)

-85

-85

-85

-85

Knelpunt loon VGGM

-309

-309

-309

-309

Havens (PN)

-100

-100

0

0

Markten (PN)

-107

0

0

0

Indexatie armoede beleid (PN)

187

187

187

187

Armoedeagenda, kosten bewindvoering (PN)

-510

-127

0

0

Doorontwikkeling armoedeagenda (PN)

-786

0

0

0

Presikhaaf bedrijven (PN)

-1.797

-1.430

897

655

Regionale samenwerking wonen en huisvestingsverordening (PN)

-50

-50

-50

-50

Uitvoering Arnhemse woonprincipes 2025 (PN)

-300

0

0

0

Subtotaal Perspectiefnota

-3.857

-1.914

640

398

Stijging inwonersbijdrage VGGM

-60

-60

-60

-60

MFC's

-465

-365

-265

-265

Gebruikersonderhoud sportbedrijf

-200

-200

-200

-200

Doelgroepenvervoer

0

0

0

0

Vluchtelingenstroom extra capaciteit

-100

0

0

0

Afboeken resterende budgetten BAC

-212

-212

-212

-212

Ouderbijdrage jeugdzorg specialistische voorzieningen afgeschaft

-300

-300

-300

-300

- Niet compenseren afschaffen ouderbijdrage

300

300

300

300

Opvoedondersteuning overdragen naar wijkteams

-330

-330

-330

-330

- Dekken vanuit vrijgevallen subsidies voor opvoedondersteuning

330

330

330

330

Corrigeren dotatie noodfonds

0

0

700

700

Uitrol omgekeerd afval inzamelen

-466

0

0

0

- Dekken omgekeerd afval inzamelen uit BR Afval

466

0

0

0

Exportbelasting

546

546

0

0

Regionale aanbesteding inkoop elektriciteit en gas

0

-80

-80

-128

- Dekken vanuit budget vergroening elektriciteit en gas

0

80

40

30

- Dekken vanuit budgetten Energy Made in Arnhem

0

0

40

98

Uitschrijven bestuurlijke boetes

15

15

15

15

Onderhoud/exploitatie Arnhem Centraal

-545

-545

-545

-545

- Dekken kosten besturingssysteem bussen aan BR Beheer en onderhoud openbare ruimte (10 jaar)

75

75

75

75

Ontbrekende middelen voor onderhoud parkeergarages

-137

-137

-137

-137

- Dekken vanuit de parkeerexploitatie

137

137

137

137

Diverse ontwikkelingen bereikbaarheid

0

0

0

0

Subtotaal

-946

-746

-492

-492

Totaal knelpunten en oplossingen

-4.803

-2.660

148

-94

Rekenkamer (STAD/Veiligheid)

Er wordt een structurele toevoeging gedaan van € 85.000 vanuit de algemene middelen om de rekenkamerfunctie te kunnen realiseren zoals in het addendum van het coalitieakkoord is afgesproken.

Knelpunt loon VGGM (STAD/Algemeen bestuur en publieke dienstverlening en STAD/Gezondheid en milieu)

Op de begroting van VGGM is in overeenstemming met de deelnemende gemeenten vanaf 2017 prijs- en loonindexatie toegepast. Dit betekent voor Arnhem een structureel knelpunt van € 384.000 op het brandweerdeel en € 70.000 op het gezondheidsdeel. In totaal € 454.000. Het deel dat Arnhem reserveert voor compensatie aan de gemeenschappelijke regeling VGGM (€ 145.000) kan in mindering worden gebracht op het knelpunt. Voorgesteld wordt het resterende deel ad € 309.000 ten laste van de algemene middelen te brengen.

Havens (STAD/Verkeer, vervoer en waterstaat)

In 2015 is het aantal bezoekende cruise-schepen met passagiers fors afgenomen. Dit heeft te maken met het, na een periode van onderhoud, weer volledig functioneren van de kade in Nijmegen en het faillissement van een touroperator die Arnhem als vertrekhaven gebruikte. In 2015 was er sprake van een tekort van €100.000. Voor de begrotingsjaren 2016 t/m 2018 zal naar verwachting ook sprake zijn van een vergelijkbaar tekort. In de komende periode wordt onderzocht hoe de betekenis van de havens en kades voor Arnhem kan worden vergroot. Daarbij wordt gekeken naar quick wins, maar wordt bijvoorbeeld ook de mogelijkheden van een passagiersterminal verkend. Verder wordt er onder meer georganiseerd om bezoekende schepen via een lichtkrant welkom te heten en een ligplaats toe te wijzen. Deze acties zijn gericht op het vergroten van de aantrekkelijkheid van Arnhem als aanlegplaats.

Markten (STAD/Economie)

In 2015 is het aantal marktkooplieden verder teruggelopen. De teruggang in het aantal marktkooplieden is een trend die al jaren in den lande zichtbaar is en zich ook in Arnhem doorzet. In financiële zin betekent dit dat de inkomsten van de markt achterblijven bij de begrote bedragen. Dit is al meerdere jaren het geval. Vanaf 2018 wordt, na de verzelfstandiging van de markten, gestreefd naar kostenneutraliteit.

Indexatie Armoede-agenda (STAD/Participatie en maatschappelijke ondersteuning)

In het Coalitieakkoord is opgenomen (afspraak W5), dat het budget voor armoedebeleid in de begroting wordt bepaald door het begrote budget in het voorgaande jaar te vermeerderen of te verminderen met de procentuele toe- of afname van het aantal huishoudens met een laag inkomen (op basis van landelijke ramingen in het jaarlijkse Armoede Signalement van het CPB). Dit is taakstellend voor de uitvoering en staat innovaties binnen het armoedebeleid niet in de weg. De indexatie is op basis hiervan berekend en is € 187.000 lager dan in de vorige begroting. Deze wordt ten gunste van de algemene middelen gebracht.

Armoede-agenda: bewindvoering (STAD/Participatie en maatschappelijke ondersteuning)

De kosten van bijzondere bijstand voor bewindvoering stijgen al jaren en zetten de armoedeagenda steeds verder onder druk. In 2009 werd € 3 ton uitgegeven aan dit onderdeel, in 2015 naar verwachting ruim € 2,7 miljoen. Deze stijging zet zich door in 2016. Om die reden is interventie noodzakelijk. Bij de perspectiefnota is besloten om te voorkomen dat door de verdere groei van de kosten bewindvoering, de overige onderdelen van de armoedeagenda steeds meer onder druk komen te staan, het onderdeel bewindvoering los te koppelen van de Armoede-agenda.

Met het project Budgetondersteuning op maat (BooM) worden de kosten voor bewindvoering terug gedrongen. Door nieuwe klanten in eigen beheer de faciliteiten van het gemeentelijke budgetbeheer en -coaching aan te bieden en daarnaast bestaande klanten van de commerciële bureaus over te nemen, kunnen de kosten van bewindvoering aanzienlijk worden teruggebracht. Voor het realiseren van het project BooM en het terugdringen van de uitgaven bewindvoering is extra inzet in 2017 ad € 510.000 en in 2018 van € 127.000 noodzakelijk. Deze extra kosten worden naar verwachting na 2018 terugverdiend.

Prognose Bijzondere Bijstand: Armoede-agenda (STAD/Participatie en maatschappelijke ondersteuning)

Financiële problemen en armoede maken de kans om mee te doen in onze maatschappij kleiner. Daarom wordt met nadruk ingezet op het voorkomen hiervan en een armoedebeleid waarmee met de juiste middelen een grote groep Arnhemmers en vooral kinderen worden bereikt. Op 27 juni 2016 is de doorontwikkeling van de armoedeagenda en schulddienstverlening geamendeerd vastgesteld. De nieuwe maatregelen hebben waar mogelijk een preventief karakter en hebben tot doel de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten.

In de prognoses van de bijzondere bijstand wordt een structureel tekort voorzien. Om de inkomsten en uitgaven van de armoedeagenda op termijn weer in balans te brengen, wordt in de doorontwikkeling van de armoedeagenda voorgesteld om de kwijtschelding van de afvalstoffenheffing te verlagen. Per 1-1-2018 wordt naar verwachting Diftar ingevoerd. Dit jaar nog zal de invoering van Diftar in een raadsvoorstel nader worden uitgewerkt. De invoering van Diftar is een goed moment om de kwijtschelding op afvalstoffenheffing te beperken. Minima hebben dan immers meer dan voorheen directe invloed op de kosten van hun afval. Op basis van extern onderzoek is gebleken dat de toe te rekenen kosten aan de afvalstoffenheffing in 2017 niet boven de wettelijke grens van 100% kostendekkendheid komen. Op basis van de afspraken in het coalitieakkoord kan dus indexatie plaatsvinden. Vanaf 2018 is dit niet het geval. De heffing wordt vanaf dan ten laste van de algemene middelen naar beneden bijgesteld om weer binnen de wettelijke grens van de kostendekkenheid te komen.

Presikhaaf Bedrijven (STAD/Participatie en maatschappelijke ondersteuning)

De MJPB 2016-2019 is voor wat betreft Presikhaaf Bedrijven gebaseerd op de verwerking van het Bresdo-rapport. Nu het regionale traject om verschillende redenen is vertraagd, is een nieuwe meerjarige inschatting gemaakt door te beoordelen in hoeverre de voorgestelde maatregelen uit het Bresdo-rapport tijdig dan wel in zijn geheel kunnen worden gerealiseerd. De voorlopige conclusie lijkt dat een aantal maatregelen in een andere fasering zal worden gerealiseerd en daarnaast zijn er maatregelen die mogelijk in zijn geheel niet gerealiseerd kunnen worden. Dit laatste overigens in beperkte mate en heeft betrekking op het besluit om de groepsdetacheringen bij Presikhaaf bedrijven te laten blijven. Op basis van de inzichten is een nieuwe inschatting gemaakt van de te realiseren bezuinigingen en op grond daarvan is de begroting aangepast. In 2017 en 2018 resulteert dit in nadelen van respectievelijk €1,7 en € 1,4 mln. Vanaf 2019 resulteert dit een positief effect op de begroting van € 897.000 in 2019 en van € 655.000 in 2020.

Wonen regionale samenwerking en woonprincipes (STAD/Wonen en ruimte)

Voor de structurele kosten van de regionale samenwerking op het beleidsveld wonen is in deze begroting respectievelijk structureel € 20.000 opgenomen. Voor de uitvoering van de huisvestingsverordening is structureel
€ 30.000 opgenomen. Om de huisvestingsopgaven en doelen uit de Arnhemse woonprincipes 2025 te kunnen realiseren is daarnaast in 2017 een eenmalige extra voeding ad € 300.000 voor het Volkshuisvestingsfonds in het financieel beeld verwerkt.

Stijging inwonersbijdrage VGGM (STAD/Veiligheid)

Op basis van de groei van het aantal inwoners van Arnhem wordt de inwonersbijdrage aan de VGGM vanuit de algemene middelen met € 60.000 geïndexeerd.

MFC's (STAD/Educatie)

Op de gebruikersexploitatie van de MFC's zijn de afgelopen jaren ter grootte van € 530.000 tekorten ontstaan. Het gaat om tekorten op locatiemanagement ad € 100.000, lager dan begrote opbrengsten uit verhuur ad € 100.000, ontbrekende servicekosten in de sportbegroting ad € 280.000 en ongedekte servicekosten ad € 50.000,- doordat de schoolbesturen in plaats van 100% van de hen van het Rijk ontvangen vergoeding voor servicekosten en buitenonderhoud slechts 95% af aan de gemeente afdragen.
Op basis van het door de taskforce MFC opgestelde implementatieplan ter optimalisering van de bedrijfsvoering, waarbij in overleg met de wijkteams maatwerk per MFC wordt voorgesteld, kunnen besparingen worden gerealiseerd. Hiervoor is wel tijd nodig. Medio 2018 zullen naar verwachtingen de besparingen ter grootte van
€ 200.000 zijn gerealiseerd. Voor een deel kan het tekort op de servicekosten worden opgevangen, door de scholen 100% van de hen van het Rijk ontvangen vergoeding voor servicekosten en buitenonderhoud dan slechts 95% aan de gemeente af te dragen.

MFC's

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Tekort op locatiemanagement

-100

-100

-100

-100

Lager dan begrote opbrengsten uit verhuur

-100

-100

-100

-100

Ongedekte servicekosten in begroting Sport

-280

-280

-280

-280

Tekort op servicekosten

-50

-50

-50

-50

Oplossingen taskforce MFC

0

100

200

200

Dekken tekort op servicekosten uit verhogen bijdrage servicekosten scholen naar 100%

50

50

50

50

Bijdrage scholen buitenonderhoud naar 100%

15

15

15

15

Totaal MFC's

-465

-365

-265

-265

Gebruikersonderhoud Sportbedrijf (STAD/Cultuur, recreatie en sport)

De benodigde onderhoudsbudgetten voor de huurder van de sportaccommodaties, het Sportbedrijf, blijken op basis van de recentelijk geactualiseerde demarcatielijst € 750.000 per jaar te bedragen.
In de begroting van het Sportbedrijf is voor het reguliere jaarlijkse onderhoud een bedrag van € 300.000,- beschikbaar. In het MIP van het Sportbedrijf is over een periode van 40 jaar een investeringsbedrag van ca. 10 miljoen beschikbaar. Dit vertegenwoordigt een structureel bedrag van € 250.000,- dat gerelateerd kan worden aan het gebruikersdeel van de binnensportaccommodaties. Het gaat hierbij om het vervangen van sportvloeren, wanden, vouwwanden, plafonds, tribunes, deuren, technische voorzieningen, installaties etc. Per saldo beschikt het sportbedrijf over een budget van € 550.000 voor het gebruikersonderhoud, resteert een tekort van € 200.000. Voorgesteld wordt om dit vanuit de algemene middelen op te lossen.

Doelgroepenvervoer (STAD/Participatie en maatschappelijke ondersteuning)

In april 2016 is Vervoersorganisatie regio Arnhem Nijmegen opgericht. Een van de taken van deze Vervoersorganisatie is het regelen van het doelgroepenvervoer. De aanbesteding van het vervoer heeft inmiddels plaatsgevonden. De kosten van het doelgroepenvervoer zijn hoger dan begroot, oplopend van € 284.000 in 2017 naar € 884.000 vanaf 2019. Dit komt mede doordat de bijdrage voor het Wmo-vervoer vanuit de Provincie (Samenwerkingsovereenkomst basismobiliteit: SOK) afneemt en er geen rekening is gehouden dat het budget leerlingenvervoer incidenteel was opgehoogd en vanaf het schooljaar 2016-2017 wegvalt.
De aankomende periode zal maximaal worden ingezet op het realiseren van besparingen door het (verder) bundelen van het vervoer, het aanpassen van systeemkenmerken (bijv. wijzigen van aanmeldtijden), een verplicht OV-advies, het aanpassen van de maximale reisduur van een leerling van 60 naar 90 minuten, waardoor er meer leerlingen met minder busjes kunnen worden vervoerd, het aanpassen van de tarieven taxivervoer, de instroom vraagafhankelijk vervoer - en leerlingenvervoer beperken en het inzetten van meer vrijwilligers.
Het resterende tekort zal gedekt worden met aanvullende maatregelen binnen het beleidsveld. Hierbij wordt rekenschap genomen van de wettelijke beperkingen en bezwaren die hierbij een rol spelen.

Extra capaciteit ten behoeve van vluchtelingenstroom (STAD/Participatie en maatschappelijke ondersteuning)

Bij de Perspectiefnota 2017-2020 is besloten om voor de verhoogde asielinstroom in 2016 incidenteel € 100.000 beschikbaar te stellen voor inzet van extra capaciteit. Deze capaciteit was nodig voor alle activiteiten vanuit Projectmanagement voor de eerste opvang van vluchtelingen en statushouders en het creëren en behouden van draagvlak voor opvang bij de Arnhemse bevolking. Ook voor 2017 is deze extra inzet noodzakelijk. Het is niet uit te sluiten, gezien de grilligheid van de ontwikkelingen rondom vluchtelingenstromen dat er ook in de komende jaren opnieuw een beroep gedaan zal worden op de gemeente Arnhem inzake (eerste) opvang van vluchtelingen.
Momenteel wordt op alle relevante beleidsvelden in beeld gebracht, welke financiële consequenties de vestiging van de (grotere) groep statushouders voor de gemeente Arnhem heeft en wat nodig is om de integratie en participatie van deze groep te bevorderen. Gezien de complexiteit hiervan is een multidisciplinaire aanpak noodzakelijk. In de komende tijd is dan ook extra inzet van capaciteit nodig om een verdere programmatische aanpak mogelijk te maken.

Afboeken resterende budgetten BAC (STAD/Participatie en maatschappelijke ondersteuning)

In het kader van de uitvoering van schulddienstverlening verrichtte het Budget Advies Centrum (BAC) in het verleden werkzaamheden voor de regio en daar stonden opbrengsten tegenover in de begroting. Met het besluit om schulddienstverlening extern te plaatsen, zijn ook de werkzaamheden voor de regio en daarmee een groot deel van de bijbehorende opbrengsten afgebouwd. Recentelijk is echter gebleken dat er binnen de begroting nog opbrengsten staan die een directe relatie hadden met de werkzaamheden voor de regio. Door het wegvallen van deze werkzaamheden worden de opbrengsten niet langer gerealiseerd.
Er resteert een structureel knelpunt van € 212.000, waarvan wordt voorgesteld om deze ten laste van de algemene middelen te brengen.

Ouderbijdrage jeugdzorg specialistische voorzieningen afgeschaft (STAD/Participatie en maatschappelijke ondersteuning)

Door het Rijk is besloten per 1 januari 2016 de ouderbijdrage in de Jeugdzorg (intramurale specialistische voorzieningen) af te schaffen. In de begroting heeft Arnhem hiervoor een bedrag van structureel € 300.000 opgenomen. Voorgesteld wordt om de financiële consequenties van het afschaffen op te lossen binnen het beleidsveld jeugd.

Opvoedingsondersteuning overdragen naar wijkteams (STAD/Participatie en maatschappelijke ondersteuning)

De gesubsidieerde producten op integraal en preventief jeugdbeleid worden vanaf 2017 structureel ad € 330.000 overgeheveld naar de wijkteams vanaf 2017. Voorgesteld wordt om de kosten hiervan te dekken vanuit de vrijgevallen subsidies op integraal en preventief jeugdbeleid ad € 330.000.

Corrigeren dotatie noodfonds (STAD/Participatie en maatschappelijke ondersteuning)

In het coalitieakkoord is voorzien in het vormen van een buffer om te voorkomen dat mensen die zorg nodig hebben voor een dichte deur komen te staan. Vanuit de algemene middelen is hier incidenteel € 700.000 vier jaar geld aan toegevoegd. In de begroting is deze dotatie echter als structureel aangemerkt. Hierdoor kan vanaf 2019 structureel € 700.000 vrijvallen.

Uitrol omgekeerd afval inzamelen (STAD/Gezondheid en milieu)

Gelet op het in juni 2016 vastgestelde armoedebeleid is een versnelde invoering van Diftar gewenst. Op het moment van het verschijnen van deze begroting zal het onderzoek naar de financiële haalbaarheid van Diftar gereed zijn en kan een definitief besluit worden genomen over de invoering van Diftar, met mogelijke gevolgen voor de reeds besloten maatregel binnen het armoedebeleid (verlagen kwijtschelding afvalstoffenheffing).
Een versnelde invoering van Diftar is pas mogelijk wanneer het Omgekeerd Inzamelen ook versneld wordt uitgerold. Aan deze versnelde invoering van het omgekeerd afval inzamelen zijn in 2017 incidentele meerkosten verbonden ad
€ 466.000. Voorgesteld wordt deze kosten te dekken vanuit de BR afval.

Exportbelasting op afval (STAD/Gezondheid en milieu)

Het rijk heeft besloten om de exportheffing op afval dat voor verbranding naar het buitenland wordt vervoerd voorlopig niet door te laten. Hierdoor ontstaan incidentele voordelen ad € 546.000 in 2017 en 2018.

Regionale aanbesteding inkoop elektriciteit en gas (STAD/Gezondheid en milieu)

De gemeente Arnhem is voornemens mee te gaan doen met een regionale aanbesteding van de inkoop van elektriciteit en gas. Maximaal 17 gemeenten zullen meedoen.
Het project is opgenomen in het programma New Energy Made in Arnhem dat op 28 september 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld. Deze aanbesteding gaat vanaf 01-01-2018 extra geld kosten. De extra kosten lopen naar verwachting op van ca. € 80.000 per jaar in 2018 tot mogelijk € 200.000 per jaar vanaf 2023. Binnen de budgetten voor huisvesting en facilitaire zaken is er voor de vergroening van elektriciteit en gas structureel € 30.000 beschikbaar. Voorgesteld wordt om deze middelen toe te voegen aan de BR duurzame energie. De extra kosten voor inkoop en elektriciteit doen zich pas vanaf 2018 voor. Voorgesteld wordt de extra kosten voor de aanbesteding te onttrekken aan de BR duurzame energie. Het resterende deel (ca. € 40.000,- per jaar in 2019 en mogelijk oplopend tot € 170.000 in 2023) wordt gevonden binnen het huidige budget van Energy Made in Arnhem.

Uitschrijven bestuurlijke boetes (STAD/Gezondheid en milieu)

Er kunnen meer inkomsten worden gegenereerd door uitschrijven van bestuurlijke boetes. Daarmee kunnen zelf en direct boetes worden geïnd in plaats van het CJI (Centraal Justitieel Incasso Bureau). Dit levert € 15.000 structureel op.

Onderhoud/exploitatie Arnhem Centraal (STAD/Verkeer, vervoer en waterstaat)

In de MJPB 2016-2019 is een deel van de dekking van de beheerkosten van Arnhem Centraal incidenteel geregeld. Inmiddels is het beheer van de OV-Terminal overgedragen aan de beheerorganisatie. De beheerkosten zijn opnieuw in beeld gebracht. Het aandeel dat de gemeente zelf bijdraagt in de gemeentelijke belastingen (€ 540.000) wordt gedekt uit de hogere opbrengsten die het gevolg zijn door de uitbreiding van het areaal. Voorgesteld wordt om een deel van de beheerkosten van de besturingssystemen voor de afwikkeling van het busverkeer ad € 75.000, gedurende tien jaar, ten laste te brengen van de BR Beheer en onderhoud Openbare ruimte. Vanuit de BR Risico en Beheer Arnhem Centraal kan hiertoe een dotatie van € 750.000 gedaan worden. Er resteert dan nog een tekort van € 470.000 op het beheer en onderhoud van de OV-Terminal; de energiekosten voor het overdekte bussenplein, ongedekte personeelskosten Vastgoed; gestegen verzekeringspremies, dagelijks onderhoud van de openbare ruimte op A-niveau, energiekosten vloerverwarming en een klein restant beheerkosten op de besturingssystemen. Voorgesteld wordt om dit tekort van € 470.000 ten laste van de algemene middelen te brengen.

Ontbrekende middelen voor onderhoud parkeergarages

Bij de laatste inspecties aan de parkeergarages is op basis van gebreken aan de vloeren gebleken, dat het uitvoeren van onderhoud aan de garagevloeren niet in de vorige inspecties in 2012 is meegenomen. Dit heeft geresulteerd in het uit moeten voeren van noodzakelijk onderhoud aan de garagevloeren ter grootte van
€ 137.000. Deze kosten kunnen binnen de parkeerexploitatie opgevangen worden.

Diverse ontwikkelingen bereikbaarheid (diverse programma's STAD)

Er is een aantal ontwikkelingen met betrekking tot de bereikbaarheid van Arnhem, die worden gedekt vanuit de BR de BR bereikbaarheid. Op de exploitatie hebben deze ontwikkelingen derhalve geen effect.

Het opvangen van het wegvallen van de vergoeding processen verbaal
In de parkeerexploitatie kan rekening worden gehouden met het dekken van de lagere inkomsten als gevolg van het wegvallen van de vergoeding op processen verbaal. In de MJPB 2016-2019 is een hiervoor een taakstelling opgenomen. Voorgesteld wordt om de weggevallen inkomsten te dekken vanuit de BR bereikbaarheid.

Het invullen van de structurele taakstelling van € 800.000  
De structurele taakstelling van € 800.000 op mobiliteit uit de MJPB 2016-2019 is in deze begroting ingevuld door € 500.000 structureel hogere opbrengsten parkeren. Dat is niet alleen het effect van het betaald avond parkeren, maar ook van wijzigingen in het parkeergedrag en gevolgen van nieuwe vestigingen, zoals Primark en Pathé. Daarnaast is de verwachting dat er € 100.000 bespaard kan worden door verdergaande digitalisering. Voor de resterende € 200.000 worden nog nadere oplossingen gezocht.

Toezegging meeropbrengst betaald avondparkeren
Wanneer het betaald avondparkeren de komende jaren 2017-2020 meer opbrengt, wordt dit (na aftrek van
€ 200.000 -afspraak uit het coalitieakkoord - en vooralsnog met een maximum van € 200.000 per jaar, waarbij de dan nog resterende meeropbrengst naar het Bereikbaarheidfonds gaat) aangewend voor het goedkoper maken van de tarieven in daluren en worden de mogelijkheden hiervoor verkend met de binnenstads-ondernemers. De raad vòòr 1 april 2017 te rapporteren over het resultaat en de aanwending daarvan en al dan niet het gestelde maximum aan te passen (amendement "Rechte rug (1); verlagen parkeertarieven").

Opzet bereikbaarheidsfonds/inzicht bestedingsvrijheid/verkeerskredieten
Voorgesteld wordt om een koppeling te maken tussen het MIP-krediet Verkeersinfrastructuur en de BR Bereikbaarheid. Jaarlijks kan dan aan de hand van de ontwikkeling van de BR Bereikbaarheid de investeringsruimte voor de komende jaren worden vastgesteld. Eventuele voor- en nadelen kunnen jaarlijks worden verrekend met het bereikbaarheidsfonds. In deze begroting hiermee al rekening te houden door het MIP-krediet Verkeersinfrastructuur vanaf 2019 verlagen van € 986.000 naar € 450.000.

Stelpost onderhoud
In de BR Bereikbaarheid zijn gelden opgenomen voor onderhoud van de openbare ruimte. Inmiddels is er een eigen BR Openbare Ruimte en is het niet meer nodig om deze lasten in de BR Bereikbaarheid op te nemen. Voorgesteld wordt om de opgenomen bedragen voor onderhoud openbare ruimte ad € 1,5 mln. in de BR Bereikbaarheid toe te voegen aan de BR Openbare Ruimte.

Jaarlijkse bijstellingen en bedrijfsvoering

Voor elke begroting wordt een actualisatie gemaakt van de belastingen (indexatie), het investeringsplan, het gemeentelijk rioleringsplan en de nominale compensatie van gesubsidieerde instellingen. Daarnaast ontstaat er een aantal voor- en nadelen in de bedrijfsvoering. In totaal leidt dit, zoals zichtbaar in de volgende tabel, tot een overschot in het algemeen beeld. Dit is vooral het gevolg van het inboeken van de structureel lagere rentelast in de begroting. Hier wordt in alinea Investeringen en de bijbehorende kapitaallastenontwikkeling specifiek op ingegaan.

Jaarlijkse bijstellingen en bedrijfsvoering

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Nominale compensatie v.a. 2017 (PN)

-4.535

-4.529

-4.525

-4.525

Ontwikkeling belastingopbrengst

723

91

24

317

Areale ontwikkelingen

-498

-497

-540

-520

Actualisatie meerjareninvesteringsplan

868

63

-854

-1115

Inzet rentevoordelen Treasury

10.128

8.829

8.709

7.895

Diversen bedrijfsvoering

-3120

-1230

-1230

-1230

Totaal jaarlijkse bijstellingen en bedrijfsvoering

3.566

2.727

1.585

823

Nominale compensatie

Nominaal ontwikkelingen

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Nominale compensatie gesubsidieerde instellingen: loon (1,9%) en prijs (1,2%)

-930

-930

-930

-930

Nominale compensatie gemeenschappelijke regelingen: alleen loon (1,9%)

-592

-592

-592

-592

Indexatie loonkosten obv nieuwe cao

-3.013

-3.007

-3.003

-3.003

Totaal nominaal

-4.535

-4.529

-4.525

-4.525

Nominale ontwikkelingen (STAD/Financiën en bedrijfsvoering)

Op basis van het coalitieakkoord wordt nominale compensatie verstrekt aan de gesubsidieerde instellingen ad
€ 930.000 en looncompensatie aan gemeenschappelijke regelingen ad € 592.000. Daarnaast hebben de VNG en de vakbonden op 27 januari 2016 een principeakkoord over de Cao Gemeenten gesloten. Deze is half april bekrachtigd. Per 1 januari 2016 stijgen de salarissen met 3%, en per 1 januari 2017 met 0,4%. De financiële gevolgen ad € 3 miljoen zijn meegenomen in deze begroting.

Ontwikkelingen belastingopbrengst

In het Coalitieakkoord zijn afspraken gemaakt over de belastingontwikkeling, die met ingang van 2015 zijn doorgevoerd. Voor de begroting 2017 wijzigen deze afspraken niet. Als algemene regel is afgesproken dat alle belastingen, heffingen, leges en parkeertarieven jaarlijks met maximaal de inflatie (CBS consumentenprijsindex) worden verhoogd. Deze bedraagt voor 2017 0,6%.

Ontwikkelingen belastingen

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Belastingen: ontwikkelingen OZB

632

700

562

853

Belastingen: ontwikkelingen afvalstoffenheffing

91

-610

-538

-536

Belastingen: ontwikkelingen rioolheffing

0

0

0

0

Totaal ontwikkelingen belastingen

723

91

24

317

Ontwikkelingen afvalstoffenheffing

Indexatie van de afvalstoffenheffing is afhankelijk van de kostendekkendheid van deze heffing. De kostendekkenheid in 2017 ligt net onder de 100%. Hierdoor is indexatie in 2017 ter grootte van 91.000 mogelijk. Vanaf 2018 is om op een kostendekkenheid van 100% te komen een verlaging van de afvalstoffenheffing noodzakelijk. Voorgesteld wordt dan ook om deze vanaf  ten laste van de algemene middelen te brengen. In de perspectiefnota is aangegeven dat er bij de afvalstoffenheffing een relatie ligt met het knelpunt op de bijzondere bijstand (Armoedeagenda).
Om de inkomsten en uitgaven van de Armoedeagenda op termijn weer in balans te brengen, wordt in de doorontwikkeling van de armoedeagenda voorgesteld om de kwijtschelding van de afvalstoffenheffing te verlagen. Ook hierdoor moet de afvalstoffenheffing worden verlaagd. Er resteert in 2018 een nadeel ten laste van de algemene van € 610.000, aflopend naar ongeveer € 540.000 in 2020.

Ontwikkelingen OZB

Jaarlijks wordt de opbrengst van de gemeentelijke belastingen geïndexeerd met de consumentenprijsindex van het CBS voor het lopende jaar (2016). Deze bedraagt 0,6%. Rekening houdende met de herijking van het bouwvolume woningen en niet-woningen bedraagt de meeropbrengst in 2017 € 632.000.

Ontwikkelingen rioolheffing

Bij de rioolheffing is afgesproken om de indexering in te zetten ten behoeve van het beleidsveld riolering. Voor deze MJPB 2017-2020 zijn de geactualiseerd. Dit heeft geen effect op de algemene middelen.

E.e.a. resulteert in het volgende plaatje dat de lastenontwikkeling voor 2017 afzet tegen 2016.

Overzicht lastenontwikkeling gemiddelde woning Gemeente Arnhem 2017 ten opzichte van 2016

2016

2017

% Lasten-ontwikkeling

Bedragen x € 1.000

Onroerend zaakbelasting

331

333

0,6%

Rioolheffing

166

167

0,6%

Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden)

245

246

0,3%

Totaal

742

746

0,5%

Voor de effecten die de ontwikkelingen hebben voor de eigenaren en huurders wordt verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen.

Areale ontwikkelingen

Areale ontwikkelingen

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Areale ontwikkeling

42

43

0

20

Areale ontwikkeling agv stationsgebied

-540

-540

-540

-540

Totaal areale ontwikkelingen

-498

-497

-540

-520

Op basis van de ontwikkeling van het aantal inwoners en de aantallen woningen worden de beheerslasten in de stad groter. Deze zijn financieel vertaald. Verder wordt hier het aandeel dat de gemeente zelf bijdraagt in de gemeentelijke belastingen als gevolg van de ontwikkelingen in het stationsgebied geraamd.  

Investeringen en de bijbehorende kapitaallastenontwikkeling

Het huidige meerjarig investeringsplan dat is opgenomen in de paragraaf Investeringen is een gedetailleerd plan waarin afzonderlijke investeringen per programma zijn gerangschikt. Hiermee heeft het gemeentebestuur een middel in handen om goed onderbouwde afwegingen te maken en de realisatie van investeringen door de tijd nauwgezet te volgen. Op basis van deze investeringsplanning is het mogelijk om investeringen over de programma's tegen elkaar af te wegen om – wanneer nodig – ruimte te scheppen voor de ambities met onze stad.
In de investeringsplanning 2017 - 2019 zijn alle voorgenomen investeringen opgenomen met een onderscheid in programma- en bedrijfsvoering investeringen. De bedrijfsvoering investeringen betreffen veelal de vervanging van bedrijfsmiddelen, zoals het vervangen van de computers, de ICT-infrastructuur, meubilair en dergelijke. De investeringen voor jaarschijf 2020 worden in de volgende MJPB opgenomen. Dit om te voorkomen dat ze nu zouden worden vastgesteld, zonder de impact van de bijbehorende kapitaallasten te kennen. Deze vallen door het gehanteerde waarderings-en afschrijvingenregiem buiten de scope van deze begroting.

De investeringen zijn zo reëel als mogelijk geraamd, dit conform de in de MJPB 2014-2017 ingezette lijn om structurele vrijval op kapitaallasten te realiseren door het reëler plannen van investeringen.
Voor de jaren 2017 tot en met 2019 worden in deze MJPB kredieten aangevraagd van € 45,7 miljoen. De nadruk ligt in de jaren 2018 met een totaalbedrag van € 113,0 miljoen. Voor de hele planperiode van deze MJPB incl. 2016 wordt uitgegaan van investeringen tot een totaalbedrag van € 249,7 miljoen. Dit is iets minder dan het totaal aan investeringen van € 274,3 miljoen, dat in de vorige MJPB was voorzien voor de periode 2015 - 2019.
Bij een vergelijking tussen deze investeringsplanningen valt op dat de oorspronkelijke nadruk is verschoven van de jaren 2017 en 2018 naar het jaar 2018. Deze verschuiving wordt voor het grootste deel verklaard door een gewijzigde planning van investeringen in de sfeer van de onderwijshuisvesting en cultuur.

Geplande onderwijsinvesteringen en de investering in Focus Filmtheater in 2017 schuiven door naar 2018. Daarnaast zijn in 2018 nieuwe investeringen voorzien in zwembad Valkenhuizen van € 12 miljoen en in Museum Arnhem van € 11,2 miljoen. Voor de jaren 2019 en 2020 worden geen grote, nieuwe investeringen begroot. Alleen een aantal min of meer reguliere investeringen (o.a. onderwijshuisvestingsplan, riolering en bedrijfsvoering) is voorzien.

Kapitaallastenontwikkeling (div.)

In de volgende tabel is de ontwikkeling van de vrijval meegenomen die ontstaat door het verschil tussen de werkelijke kapitaallasten van alle in het verleden gedane investeringen (niet MIP investeringen) en de begrote kapitaallastenruimte.
Daarnaast is de ontwikkeling van de kapitaallasten geschetst ten opzichte van de vorige begroting gebaseerd op basis van de in de paragraaf Investeringen opgenomen investeringsplanning (MIP). Apart inzichtelijk  gemaakt zijn de kapitaallastenbudgetten die bij de Perspectiefnota beschikbaar zijn gesteld voor de aanpak Korenmarkt en het zwembad Valkenhuizen.

Kapitaallastenontwikkeling en hiermee samenhangende ontwikkelingen

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Vrijvallende kapitaallasten bestaande activa

182

183

183

1.659

Financiele consequenties agv actualisatie MeerjarenInvesteringsPlan (MIP)

686

-120

-270

-2.024

Korenmarkt, kapitaallastenbudget tbv aanpak korenmarkt

0

0

-150

-150

Nieuwbouw Valkenhuizen

0

0

-617

-600

Totaal Kapitaallastenontwikkeling en hiermee samenhangende ontwikkelingen

868

63

-854

-1.115

Korenmarkt

Het Korenmarktkwartier kent een veiligheidsproblematiek en monofunctionele invulling. Door onder andere het vrijkomen van de Korenbeurs in 2018 ontstaan kansen voor vitalisering van het gebied. Hierin moeten overheid- en ondernemersinvesteringen elkaar versterken. Vooruitlopend op de inhoudelijke visie voor dit gebied is er alvast vanaf de jaarschijf 2019 een structureel kapitaallastenbudget van € 150.000 opgenomen voor de aanpak van de Korenmarkt. Hiermee kunnen vanaf 2018 investeringen worden gedaan, onder de voorwaarde van ten minste een gelijke investering of inspanning door derden. De bijhorende inhoudelijke visie wordt voor de zomer aangeboden aan de gemeenteraad.

Zwembad Valkenhuizen

Het huidige zwembad Valkenhuizen is aan het einde van de economische en technische levensduur. Het zwembad wordt ondermeer gebruikt voor onderwijs door ROC Rijn IJssel (voorheen CIOS), diverse zwem- en waterpoloverenigingen, school- en recreatiezwemmen. In 2015 is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en kosten van renovatie van het zwembad en nieuwbouw zwembad Valkenhuizen. De kosten voor renovatie zijn geraamd op € 8,4 miljoen, de kosten voor een nieuw zwembad zijn geraamd op € 12 miljoen.

De verschillende scenario’s zijn ook beschouwd op de effecten ten opzichte van de exploitatie van het Sportbedrijf Arnhem (SA). De scenario’s laten grote verschillen zien in de te behalen exploitatievoordelen, maar ook in de exploitatiemogelijkheden van een nieuw zwembad. De totale jaarlijkse lasten (inclusief kapitaallasten) zijn voor het nieuwbouw scenario door de exploitatievoordelen voor SA lager dan bij het renovatie scenario.

Op basis hiervan is een keuze gemaakt voor nieuwbouw van zwembad Valkenhuizen, op een nieuwe locatie, geïntegreerd met het bestaande sportcomplex. De kapitaallasten en de exploitatievoordelen voor de nieuwbouw zijn vanaf 2019 in het financieel beeld verwerkt.

Ontwikkelingen rente

Zoals in de inleiding en in de brief "Voorbereiding MJPB 2017-2020: een tussenstand" d.d. 28 juni 2016 is aangegeven levert de aanhoudende daling van de rente veel financiële ruimte op.
De afgelopen jaren is de rente op onze leningenportefeuille gestaag gedaald, waardoor het renteresultaat jaarlijks toenam. Een substantieel deel van dit renteresultaat ter grootte van enkele miljoenen is in de MJPB steeds achter de hand gehouden in een buffer voor het geval de rente weer gaat stijgen en is jaarlijks als incidentele dekking ingezet in de jaarrekening. Bij de jaarrekening 2015 is ruim 6 miljoen rentevoordeel behaald. Aangezien door de aanhoudende lage rentestand het renteresultaat al een paar jaar achtereen is vrijgevallen is bij de jaarrekening 2015 deze dekking als structureel aangemerkt.
In de voorbereidingen op deze MJPB zijn berekeningen van de renteresultaat ende daarmee samenhangende rentebuffer gemaakt, gebaseerd op een erg slecht weerscenario met een forse stijging van de rente in 2017 naar een niveau dat 2% ligt boven de gemiddelde rente in 2016.

De ontwikkeling van de rente op de kapitaalmarkt sinds 1990 laat zien dat zo'n grote sprong van de rente in één jaar zich niet heeft voorgedaan (zie ook paragraaf financiering). Daarmee lijkt zo'n sprong ook niet waarschijnlijk voor de nabije toekomst, wat aanleiding is geweest om de genoemde bedragen op voorhand in te boeken als minimaal te verwachten renteresultaten. Er ontstaat ruimte in 2017 van 10 miljoen, aflopend naar 7,8 miljoen in 2020.

De reëel begrote renteresultaten en daarmee de rentebuffer zullen op een hoger niveau liggen. In deze MJPB is gerekend met een geleidelijke stijging van de rente. Voor leningen met een looptijd van 10 jaar wordt uitgegaan van een jaarlijkse stijging van 0,5%. Leningen met een kortere of langere looptijd krijgen een navenant lagere of hogere stijging als aanname. Dit geeft voor de jaren 2017 t/m 2020 de in onderstaande tabel weergegeven aanname voor de verwachte gemiddelde rente voor de leningenportefeuille van de gemeente.

Inzet renteresultaat treasury

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

1. Begrote rente MJPB 2017 - 2020

2,21%

1,98%

2,15%

2,08%

2. Pessimistisch rentescenario

4,23%

4,23%

4,23%

4,23%

1a. Begrote rentebuffer MJPB 2017-2020

11.052

12.580

14.688

15.207

2a. Begrote rentebuffer pessimistisch scenario

10.128

8.829

8.709

7.895

incidenteel inzetbare ruimte

924

3.751

5.979

7.312

Voorgesteld wordt om de incidenteel inzetbare ruimte alsmede de daadwerkelijke renteresultaten jaarlijks aan te wenden om de schuldenlast van de gemeente Arnhem terug te dringen door deze toe te voegen aan de BR kapitaallasten.

Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering

In de Perspectiefnota is al een aantal voor- en nadelen geschetst op de bedrijfsvoering. In deze begroting zijn hieraan op het gebied van de ICT en personeel ontwikkelingen aan toegevoegd.

Diversen bedrijfsvoering

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Druk op uitvoeringskosten (PN)

-290

-290

-290

-290

Diverse organisatorische knelpunten (PN)

-542

-542

-542

-542

- Dekken middels zero-based opbouw organisatie (PN)

542

542

542

542

Afbouw overhead door verzelfstandigingen (PN)

-972

-2.211

-4.947

-5.270

- Dekken door afbouw overhead (PN)

972

2.211

4.947

5.270

Frictiekosten door verzelfstandigingen (PN)

-4.904

-3.480

-394

0

- Dekken vanuit BR frictiekosten verzelfstandigingen (PN)

4.853

3.446

377

0

- Dekken vanuit vrijval programmakosten Wabo 2016 (MJPB)

51

34

17

0

Subtotaal

-290

-290

-290

-290

Correctie in de begroting mbt urensystematiek

-100

-100

-100

-100

ICT: Informatiebeveiliging

-145

-85

-85

-85

- Dekken vanuit opleidingsmiddelen

145

0

0

0

- Dekken vanuit herprioritering binnen de bedrijfsvoering

0

85

85

85

ICT:Leverancierscontractmanagement

-90

-90

-90

-90

Impuls om jongeren en trainees in te zetten in de organisatie

-750

-750

-750

-750

Transitiekosten van wijken weten

-1.890

0

0

0

Subtotaal

-2.830

-940

-940

-940

Totaal diversen bedrijfsvoering

-3.120

-1.230

-1.230

-1.230

Druk op uitvoeringskosten BUIG en Bijzondere Bijstand

In de Perspectiefnota is aangegeven dat de stijging van het aantal klanten BUIG en het aantal aanvragen Bijzondere Bijstand in de afgelopen periode legt druk op de gemeentelijke formatie. Om die reden wordt uitbreiding van de formatie bij de betreffende afdelingen uit de algemene middelen ter grootte van € 290.000 gefinancierd.
De formatie wordt in de vorm van een flexibele schil georganiseerd.

Correctie in de begroting m.b.t. urensystematiek

Bij het inbrengen van de urenbegroting in 2014 is ten aanzien van de begroting 2016 en verder een omissie opgenomen van € 100.000 (structureel) bij het onderdeel rendabele uren. De begroting moet worden gecorrigeerd.

ICT: informatiebeveiliging

Een betrouwbare informatievoorziening is essentieel voor het goed functioneren van de processen van de gemeente. De noodzaak van informatieveiligheid komt onder meer voort uit de toenemende digitalisering van de gemeentelijke dienstverlening, waardoor de afhankelijkheid van de geautomatiseerde informatieverwerking steeds verder groeit. Maar het is niet alleen de automatisering. De samenwerking met andere overheden (in ketens) en contacten met burgers en bedrijven neemt steeds verder toe (bijvoorbeeld 3D's). Dit legt (deels nieuwe) eisen op aan de kwaliteit van de informatie-voorziening van de gemeente, waarbij rekening moet worden gehouden met de toenemende flexibilisering, "het nieuwe werken", de grotere mobiliteit en de toename van Cybercriminaliteit. Om de informatieveiligheid te waarborgen en de wettelijke verplichtingen die dit ondersteunen, zijn aanvullende middelen noodzakelijk.
Het gaat om een Bewustwordingscampagne  (€ 60.000 in 2017 en  € 60.000 in 2018), een jaarlijkse onafhankelijke test van de kwaliteit van de informatieveiligheid (€ 30.000 p/j), het borgen en bewaken informatieveiligheid (€ 25.000 p/j) en de mogelijkheid om deskundigen in te zetten bij incidenten / crisis en de implementatie van nieuwe maatregelen als gevolg van cloud-computing etc. (€ 30.000 p/j). Voorgesteld wordt om dit in 2017 te dekken vanuit de opleidingsmiddelen en vanaf 2018 te herprioriteren in de bedrijfsvoering.

ICT: Leverancierscontractmanagement

De tendens om van de aanschaf van een softwarepakket naar het in licentie afnemen van software as a service vraagt om een versterking van het leveranciers- en contractmanagement.
Contractpartijen zullen continu gemonitord en gehouden moeten worden op afgesproken prestaties, beschikbaarheid en contractafspraken. Om de versterking van het leveranciers- en contractmanagement vorm te geven is structureel € 90.000 op jaarbasis nodig. Hiermee kan een formatieve verankering in de organisatie worden bewerkstelligd.

Knelpunten in de bedrijfsvoering

Voor in totaal € 542.000 zijn er op diverse onderdelen binnen de organisatie knelpunten. De knelpunten worden meegenomen in een nieuwe zero based opbouw van de formatie.

Afbouw overhead en frictiekosten (toekomstige) verzelfstandigingen

De verzelfstandigingen van MSSA, het Natuurcentrum, het Sportbedrijf, het Parkeerbedrijf, het budgetadviescentrum, de intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie en de sociale wijkteams leiden er toe dat er binnen de organisatie een afbouw van overhead moet plaatsvinden. Het is onvermijdelijk dat er hierbij frictiekosten zullen ontstaan.
Voorgesteld wordt om specifiek voor deze kosten in 2016 een bestemmingsreserve in te stellen, waaruit de toekomstige kosten vervolgens gedekt kunnen worden.
Ook voor de verwachte meerkosten voor het personeel van het Kunstbedrijf kan het vormen van een dergelijke reserve een oplossing zijn. Dit legt incidenteel een beslag op de algemene reserve, maar heeft als voordeel dat de lasten in latere jaren niet op de begroting drukken.

Impuls jongeren en trainees inzetten in organisatie

De gemiddelde leeftijd van de Arnhemse ambtenaren gaat snel richting de 50 jaar. Meer dan de helft van de medewerkers is al 50+.De instroom van jongeren is de laatste jaren - afgezien van de 10 trainees - heel beperkt geweest. De uitstroom door pensionering is de komende jaren groot: in de komende 5 jaar stromen bijna 150 medewerkers uit!
Voorgesteld wordt om € 750.000 structureel beschikbaar te stellen om de jonge instroom te bevorderen. Gedacht wordt hierbij aan het zoveel mogelijk stagiaires inzetten, jonge medewerkers binnen halen op externe vacatures (die waarschijnlijk bepekt zijn), het traineeprogramma voortzetten en/of meewerken aan een regionaal traineeprogramma. Verder zal worden gekeken naar mogelijkheden die bij andere gemeenten succesvol zijn gebleken, zoals een jongerenpool (zoals bij de gemeente Utrecht), werkervaringsplaatsen voor jongeren en garantiebanen creëren.

Transitiekosten wijksturing

Zoals in de inleiding van dit hoofdstuk is aangegeven, wordt de taakstelling op Van Wijken Weten geschrapt. Dit biedt voor wijkteams en bewoners de mogelijkheid om middelen vrij te spelen. Voor de invoering van Van Wijken Weten en de dubbeling van kosten die daarmee gepaard gaan is in 2017 een bedrag van incidenteel € 1.890.000 ten laste van de algemene middelen gereserveerd. In de vorige begroting was hiervoor een bedrag van € 3 miljoen geraamd.

Invulling taakstelling

Sinds de bezuinigingsoperatie toekomstgericht bezuinigen in 2011, zijn er geen begrotingen meer geweest, waarin niet substantieel moest worden bezuinigd. Arnhem is de afgelopen jaren vooral geconfronteerd met aanzienlijke bezuinigingen van het rijk. Daarnaast heeft ook het slecht economische tij, met een stilstaande vastgoedmarkt en oplopende werkeloosheid er voor gezorgd dat de druk op de Arnhemse voorzieningen steeds groter werd.
Hierdoor was er steeds weer de noodzaak om te bezuinigen en vooral creatieve oplossingen te zoeken voor het verminderen van de werkloosheid, het aantal uitkeringen, het beperken van de kosten voor zorg en ondersteuning en het voorkomen van armoede.

Ondanks de onaangename consequenties van de bezuinigingsmaatregelen is het overgrote deel van de in de afgelopen jaren getroffen maatregelen gerealiseerd, zoals de in 2014 in gang gezette bezuinigingen op de publieke dienstverlening, de bezuinigingen op de investeringen, bezuinigingen op het onderhoud van vastgoed en het merendeel van de in 2015 in gang gezette maatregelen ter grote van 5 miljoen uit het coalitieakkoord. In de tweede tussenrapportage 2016 is een overzicht opgenomen van alle bezuinigingsmaatregelen die met ingang van 2016 gerealiseerd moeten worden.

Om te komen tot een financieel sluitende MJPB 2016-2019 was het wederom noodzakelijk om een aantal bezuinigingen, deels concreet benoemd, deels als taakstelling vanaf 2017, vast te stellen. In de perspectiefnota is aangeven dat het van een aantal taakstellingen niet mogelijk is gebleken om deze (structureel) op een goede wijze in te kunnen vullen, zoals het inperken van bovenwettelijke toeslagen en de taakstelling op het programma Wonen en Ruimte. Daarnaast zijn de taakstelling op de wijksturing en de taakstelling op de grote gesubsidieerde instellingen als risicovol benoemd.

Door de significante verbetering van het financiële perspectief zijn de nog niet in 2017 ingevulde taakstellingen heroverwogen. Per taakstelling worden de genomen maatregelen toegelicht en in de volgende tabel zijn de financiële consequenties hiervan op de algemene middelen weergegeven.

Taakstellingen 2017

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Taakstelling ondersteunende functies

0

0

0

0

Taakstelling op gesubsidieerde instellingen

-749

-498

-247

4

Taakstelling op VGGM

-193

0

4

4

Taakstelling ODRA

-40

-40

-40

-40

Taakstelling coalitieakoord Wonen en ruimte

2.150

-1.000

-1.000

-1.000

Taakstelling ambtelijke huisvesting

-1.093

-1.100

-1.200

-600

Taakstelling inperken bovenwettelijke toeslagen

-500

-500

-500

-500

Taakstelling verkoop bezit

0

0

0

0

Taakstelling van wijken weten

-7.000

-10.000

-10.000

-10.000

Totaal taakstellingen 2017

-7.425

-13.138

-12.983

-12.132

Taakstelling ondersteunende functies

Taakstelling ondersteunende functies

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Taakstelling ondersteunende functies (20-40 fte) eerste tranche

-1.400

-1.400

-1.400

-1.400

Oplossing via spoor besparingen ICT (zaakgericht werken)

600

600

600

600

Oplossing via spoor voordeel business case Sportbedrijf

500

500

500

500

Oplossing via andere sporen

300

300

300

300

Taakstelling tweede tranche 20/40 fte

0

-1.400

-1.400

-1.400

Inzet participatiebudget

0

700

700

700

Invullen restant taakstelling tweede tranche in organisatie

0

700

700

700

Totaal taakstelling ondersteunende functie

0

0

0

0

In het coalitieakkoord is afgesproken een taakstelling op de ondersteunende functies, bestaande uit twee tranches op te nemen (20-40 fte). De eerste tranche zal worden ingevuld door besparingen op ICT - vlak in relatie tot zaakgericht werken, het voordeel uit de business case Sportbedrijf en voor het overige deel worden nog oplossingen via andere sporen onderzocht. De tweede tranche van de taakstelling 20/40 Fte uit het coalitieakkoord ad €1.400.000 structureel vanaf 2018 wordt gedeeltelijk ingevuld door ruimtebesparende maatregelen binnen W&I ad structureel € 700.000 vanaf 2018.

Taakstelling op gesubsidieerde instellingen

Taakstelling gesubsidieerde instellingen

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Taakstelling op de gesubsidieerde instellingen beleidsarm vertaald naar wijken

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

Afbouwen opbouwwerk

251

502

753

1.004

Taakstelling grote gesubsidieerde instellingen € 0,5 mln)

-500

-500

-500

-500

Invulling taakstelling subsisidiekorting Rijnstad

500

500

500

500

Totaal taakstelling gesubsidieerde instellingen

-749

-498

-247

4

De uit het coalitieakkoord afkomstige taakstelling op de gesubsidieerde instellingen van € 1,5 miljoen is bij de Perspectiefnota voor € 1 miljoen beleidsarm vertaald naar de wijken. De oorspronkelijke taakstelling van
€ 10 miljoen werd hierdoor € 11 miljoen.

Voorgesteld wordt om aan dit deel van de taakstelling invulling te geven door geleidelijke afbouw van het budget opbouwwerk bij Rijnstad. Door deze geleidelijke afbouw wordt dit deel van de taakstelling pas vanaf 2020 volledig ingevuld. Voorgesteld wordt dan ook om het resterende deel van dit gedeelte van de taakstelling in 2017 ad € 749.000, in 2018 ad € 498.000 en in 2019 ad € 247.000 ten laste van de algemene middelen te  brengen.
De teams Leefomgeving hebben met ingang van 2018 de mogelijkheid om in samenspraak met inwoners voorstellen te doen voor de inkoop van producten. Wanneer gekozen wordt om het product opbouwwerk in te kopen, zal financiering moeten worden gevonden binnen het totale budget van de betreffende wijk.

Het niet naar de wijken vertaalde deel van de taakstelling op de gesubsidieerde instellingen ad € 500.000 wordt conform de uitgangspunten van het coalitieakkoord opgelost door efficiencykorting op Rijnstad.

Taakstelling op VGGM

Taakstelling op VGGM

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Invulling taakstelling VGGM

-750

-750

-750

-750

Bezuiniging op brandweer

274

274

274

274

Bezuiniging op organisatiekosten

30

30

30

30

Bezuiniging op GGD

17

17

17

17

Maatwerkpakket: Verlaging budget huisvesting kazerne (10a)

30

30

30

30

Maatwerkpakket: besparen op indirecte kosten JGZ

75

75

75

75

Maatwerkpakket: besparen op directe kosten JGZ

0

0

75

75

Beperken aantal consultatiebureaus

10

10

10

10

Flexibilisering contractmoment JGZ

0

0

50

50

Dekken tekort vanuit besparingen en resultaat 2016

121

121

0

0

Restant taakstelling VGGM

0

193

193

193

Totaal taakstelling op VGGM

-193

0

4

4

Tijdens de behandeling van de Zomernota d.d.13 juli 2015 is voorgesteld om vanaf 2017 structureel € 750.000 te bezuinigen op de VGGM. Het besluit om vanaf 2017 € 750.000 op VGGM te bezuinigen is bij de vaststelling van de MJPB 2016-2019 bekrachtigd. In de begroting van VGGM voor 2017 is deze bezuinigingsmaatregel nog niet helemaal ingevuld.
In samenspraak met de VGGM is naar oplossingen gezocht om de taakstelling in te vullen. Voorgesteld wordt te bezuiniging op de brandweer, organisatiekosten, de GGD en op het maatwerkpakket door het verlagen van het budget huisvesting kazerne, te besparen op de directe en indirecte kosten JGZ, het aantal consultatiebureaus te beperken en de flexibilisering van het contractmoment JGZ. Er resteert nog een in te vullen deel van € 314.000 in 2017, dat voor een deel ad € 121.000 vanuit het voordelige resultaat in 2016 kan worden gedekt en voor het overige ad € 193.000 nog gevonden moet worden. Voorgesteld wordt om VGGM tijd te geven om hieraan invulling te geven, door in 2017 het tekort ten laste van de algemene middelen te brengen.

Taakstelling ODRA

Taakstelling op ODRA

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Niet te realiseren deel taakstelling gebruiksvergunningen

-30

-30

-30

-30

Niet te realiseren deel taakstelling Welstand

-10

-10

-10

-10

Totaal taakstelling op ODRA

-40

-40

-40

-40

Niet te realiseren deel taakstelling gebruiksvergunningen
Op het onderdeel 'Gebruiksvergunningen' staat vanaf 2016 een taakstelling van € 30.000 per jaar.
Daar de daadwerkelijke financiële omvang beperkt is, kan deze taakstelling  niet worden gerealiseerd. Voorgesteld wordt om deze ten laste van de algemene middelen te brengen.

Niet te realiseren deel taakstelling Welstand
In het coalitieakkoord is er rekening mee gehouden dat door het afschaffen van de welstandscommissie € 50.000 op jaarbasis bespaard zou kunnen worden. Dit lukt echter niet doordat er nog steeds een commissielid voor het deel erfgoed moet worden ingehuurd à € 10.000 per jaar. Dit betreft een wettelijke verplichting.

Taakstelling coalitieakkoord Wonen en ruimte

Taakstelling coalitieakkoord Wonen en ruimte

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Taakstelling coalitieakoord Wonen en ruimte R8

-750

-1.000

-1.000

-1.000

Taakstelling coalitieakoord Wonen en ruimte R8: omzetten in incidentele bezuiniging

2.900

0

0

0

Totaal taakstelling coalitieakkoord Wonen en ruimte

2.150

-1.000

-1.000

-1.000

Bij de Perspectiefnota is al aangeven dat een structurele bezuiniging in het reguliere programma 8 van € 1 miljoen niet mogelijk is. Voorgesteld wordt om de taakstelling om te zetten in een incidentele taakstelling  van € 2,9 miljoen in 2017. Deze taakstelling wordt ingevuld via het project Malburgen.
Daarnaast worden bezuinigingen c.q. opbrengst verhogende onderdelen in de Schuytgraaf doorgevoerd. Deze maatregelen leiden echter pas bij afronding van deze grondexploitatie over 10 jaar tot een financieel resultaat.

Taakstelling ambtelijke huisvesting

Taakstelling ambtelijke huisvesting

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Taakstelling ambtelijke huisvesting

-1.000

-1.100

-1.200

-1.200

Afloop contract stadskantoor

0

0

0

600

- Advieskosten: huisvestingsadviseur in combinatie met architect

-49

0

0

0

- Interne kosten (uren)

-44

0

0

0

Totaal taakstelling coalitieakkoord ambtelijke huisvesting

-1.093

-1.100

-1.200

-600

De gemeente Arnhem kiest voor de ontwikkeling naar een regiegemeente. Dit houdt in dat ze uitvoerende taken waar mogelijk en waar nodig door andere, externe of aan haar gelieerde partijen laat doen. Het aangaan van samenwerking in de regio met andere gemeenten is eveneens een belangrijk uitgangspunt voor de gemeente Arnhem. Tenslotte is de organisatie nu volop bezig met de implementatie van de wijkteams leefomgeving.

Per 1 juli 2020 loopt het huurcontract met de twee verschillende eigenaren van het Stadkantoor af. Dit geeft de mogelijkheid om opnieuw een keuze te maken op welke wijze de gemeente Arnhem de werkplekken van haar medewerkers en bestuurders wil gaan faciliteren. Vanaf dat moment is er ook ruimte om de opgelegde taakstelling financieel in te vullen. Eerder zal dit niet lukken. Voorgesteld wordt om tot 2020 de taakstelling ten laste van de algemene middelen te brengen en ter voorbereiding op de keuze voor huisvesting incidenteel € 93.000 ter beschikking te stellen ter dekking van advies en interne kosten (uren).

Taakstelling inperken bovenwettelijke toeslagen

Taakstelling inperken bovenwettelijke toeslagen

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Taakstelling inperken bovenwettelijke toeslagen

-500

-500

-500

-500

Totaal taakstelling inperken bovenwettelijke toeslagen

-500

-500

-500

-500

In de Perspectiefnota is al aangegeven dat het uiteindelijk niet mogelijk is gebleken om de taakstelling inperken bovenwettelijke toeslagen op een goede wijze in te kunnen vullen.

Taakstelling verkoop bezit

Taakstelling verkoop bezit

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Taakstelling verkoop bezit

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

Invulling Taakstelling door verkoop bezit € 1 miljoen

1.000

1.000

1.000

0

Invulling Taakstelling op cultuur en sport € 1 miljoen, voorstel in najaar ism vastgoed

0

0

0

1.000

Totaal taakstelling verkoop bezit

0

0

0

0

In de MJPB 2016-2019 is voorgesteld om eerder ingezette verkoop van gemeentelijk vastgoed voort te zetten, hetgeen naar verwachting de komende vier jaar in elk geval telkens incidenteel € 1 miljoen oplevert. Daarnaast zou binnen de beleidsvelden Cultuur en Sport wordt op zoek gegaan naar nieuwe besparingsmogelijkheden, die passen bij de uitgangspunten van de Perspectiefnota, waardoor het incidentele voordeel op termijn structureel gemaakt kan worden. Door het verkopen van vastgoed wordt ook bespaard op de exploitatiekosten. Bekeken zal worden of deze besparing substantieel kunnen bij dragen aan de invulling Taakstelling. Dit najaar volgt over de invulling een nader voorstel.

Taakstelling Van Wijken Weten

Taakstelling van Wijken weten

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Taakstelling wijksturing oorspronkelijk € 10 miljoen

-10.000

-10.000

-10.000

-10.000

Terugdraaien opgenomen raming voor frictiekosten

3.000

0

0

0

Totaal taakstelling van Wijken weten

-7.000

-10.000

-10.000

-10.000

Mede op basis van het in juli hierover gevoerde debat en in lijn met de aangenomen motie hierover "Neem de tijd voor Van wijken weten" wordt voorgesteld om deze omvangrijke en op korte termijn moeilijk te realiseren taakstelling van € 10 miljoen te schrappen en om wijkteams, bewoners, kernorganisatie en buitenwereld meer tijd te bieden om Van Wijken Weten vanuit de bedoeling vorm te geven.

Het totale financiële beeld

De voorgaande, beschreven ontwikkelingen resulteren per saldo in de jaarschijven 2017 tot en met 2019 in overschotten en in 2020 in een klein nadeel van € 71.000.

Financieel beeld 2017-2020

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Uitgangspositie MJPB 2016-2019

0

0

0

0

Budgettaire effecten rijksbeleid

10.328

13.259

11.610

11.332

Knelpunten en oplossingen

-4.803

-2.660

148

-94

Jaarlijkse bijstelling en bedrijfsvoering

3.566

2.727

1.585

823

Taakstellingen

-7.425

-13.138

-12.983

-12.132

Subtotaal MJPB 2017-2020

1.666

188

359

-71

Robuustheid van de begroting, stresstest en weerstandsvermogen

In de paragraaf Weerstandsvermogen is de meest recente vermogenspositie geschetst. Hieruit blijkt dat wanneer de beschikbare weerstandscapaciteit van € 44,7 miljoen wordt geconfronteerd met de berekende benodigde weerstandscapaciteit van € 35,2 miljoen (90%), dat de gemeente, bij het opmaken van deze MJPB, voor het maximaal gewenste zekerheidspercentage van 90% over voldoende weerstandsvermogen beschikt. Ten opzichte van de 90%-grens is er sprake van € 9,5 miljoen overschot. Uit de stresstest blijkt dat onze balansposities daarentegen broos zijn. De nettoschuldquote is in Arnhem hoog, maar valt wel nog wel binnen de normen die de VNG als acceptabel acht. De ontwikkeling van de solvabiliteit is stabiel, maar wel aan de lage kant.

De financiële positie is kwetsbaar en vanuit het belang te streven naar een robuuste begroting waarbij tegenvallers het hoofd geboden kunnen worden, wordt dan ook voorgesteld om de voordelen in 2017 tot en met 2019 toe te voegen aan de algemene reserve en hiermee de vermogenspositie van Arnhem verder te versterken.

Uitgaande van bovenstaande kunnen wij u een sluitende begroting presenteren, die kan worden samengevat in het onderstaande financiële beeld:

Financieel beeld 2017-2020

2017

2018

2019

2020

Bedragen x € 1.000

Uitgangspositie MJPB 2016-2019

0

0

0

0

Budgettaire effecten rijksbeleid

10.328

13.259

11.610

11.332

Knelpunten en oplossingen

-4.803

-2.660

148

-94

Jaarlijkse bijstelling en bedrijfsvoering

3.566

2.727

1.585

823

Taakstellingen

-7.425

-13.138

-12.983

-12.132

Subtotaal MJPB 2017-2020

1.666

188

359

-71

Toevoeging- of onttrekkingen+ aan de AR

-1.666

-188

-359

71

Totaal MJPB 2017-2020

0

0

0

0